liefdeloos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lief·de·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen liefdeloos liefdelozer liefdeloost
verbogen liefdeloze liefdelozere liefdelooste
partitief liefdeloos liefdelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

liefdeloos

  1. niet getuigend van enige vorm van liefde
    • Liefdeloos behandeld worden. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be