Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lhbt -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lhbt m

  1. (seksualiteit) verzamelbegrip voor mensen met een seksuele voorkeur die minder vaak voorkomt dan heteroseksualiteit
     Bij het Sociaal en Cultureel Planbureau coördineert zij het onderzoek naar lhbt (lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender).[1]
     ..., die toegezegd hebben een concreet plan op te stellen om de veiligheid en weerbaarheid van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT's) op straat én de sociale acceptatie van deze groepen in hun gemeente te verbeteren.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Opmerkingen
  • De term lhbt, wordt soms uitgebreid met i (voor intersekse, d.i. mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke lichaamskenmerken) tot lhbti.
  • Om verdere diversiteit of inclusiviteit te benadrukken, kan er nog een plusteken (+) aan de term worden toegevoegd, of meer expliciet een q (=queer, een parapluterm om je af te zetten tegen 'hokjes-denken'), a (= aseksueel, mensen zonder behoefte aan seks) en p (= panseksueel, mensen die niet vallen op geslacht, maar op karakter of persoonlijkheid). [3]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Dominique Prins , Ineens weet je het in: Provinciale Zeeuwse Courant  , jrg. 259 (5 augustus 2017), p. 85 (mag 21) kol. 2
  2.   Weblink bron Van der Vleuten, Ondine , Middelburg: Steun gemeenten voor 'roze' beleid in: Provinciale Zeeuwse Courant   (05-10-2011), p. 1
  3.   Weblink bron “LGBT kennen we nu wel, maar wat is LGBTQIAP?"” (11 oktober 2016) op nos.nl