grijpstuiver

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grijp·stui·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van  grijp ww  en  stuiver zn , als leenvertaling van Frans grippe-sou, oorspronkelijk iemand die voor een kleine vergoeding voor obligatiehouders de te ontvangen rentebedragen ophaalde, later misprijzend gebruikt in de betekenis "sjacheraar", in deze betekenis aangetroffen vanaf 1761 als spottende bijnaam en in de betekenis "onbeduidend bedrag" vanaf 1893 (zie vindplaats hieronder); deze tweede betekenis kan ook worden opgevat als samenstelling van  grijp zn  en  stuiver zn , wat dan verwijst naar het muntje met een afbeelding van een  grijp zn  (‘griffioen’) erop. [1] [2] [3] [4]
enkelvoud meervoud
naamwoord grijpstuiver grijpstuivers
verkleinwoord grijpstuivertje grijpstuivertjes

Zelfstandig naamwoord

grijpstuiver m

  1. onbeduidend bedrag
    • Hij verdiende er een grijpstuiver aan en had er veel kommer van. 
     Corbyn had ook kritiek op premier May, die afgelopen jaren bezuinigde op het politieapparaat. "Je kunt burgers niet beschermen voor een grijpstuiver", aldus de Labour-leider.[5]
      Is het billijk dat onze zoogenaamde patroons de meest mogelijke weelde zich veroorlooven en wij bij zwaren, langen arbeid nog niet in staat zijn om ons en ons gezin behoorlijk te onderhouden? Wij, die het kapitaal van onzen patroon productief (winstgevend) maken, welke winst natuurlijk in zijn brandkast aanlandt, terwijl ons niets rest als een grijpstuiver in ruil voor onzen arbeid?[6]
  2. (verouderd) iemand die zich met kleine bedragen uit moreel twijfelachtig gedrag probeert te verrijken
      Aan de naburige tafel zat een man profijtelijk zijn half pintje te drinken, 't was de vrek Judocus Grijpstuiver, de gierige deken der vischverkoopers, die niets dan haringen at en meer van zijn geld hield dan van zijner ziele zaligheid.[7]
Synoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. grijpstuiver op website: Etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron François Halma “Woordenboek der Nederduitsche en Fransche taalen : gripe-sou” (1761), Jacob de Wetstein, p. 402 kol. 1
  4.   Weblink bron “Stuiver” op meertens.knaw.nl
  5.   Weblink bron Casper van der Veen “IS eist verantwoordelijkheid voor aanslag Londen op : Corbyn: voorkom verdeeldheid na aanslag” (4 juni 2017) op nrc.nl
  6.   Weblink bron Een Samenspraak., Algemeenen Nederlandschen Timmerliedenbond, Den Haag in: De timmerman, jrg. 4 nr. 3 (2 augustus 1893)
  7.   Weblink bron Charles de Coster   “De legende van Uilenspiegel.” (1896), Claeys, Gent, p. 139
  8.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be