geldzak

Nederlands

 
Mooy-Aal wijst de geldzak af
Uitspraak
Woordafbreking
  • geld·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geldzak geldzakken
verkleinwoord geldzakje geldzakjes

Zelfstandig naamwoord

geldzak m

  1. (financieel) een zak voor het bewaren van geld
    • Een vereenvoudigd belastingstelsel gooit de achterdeurtjes dicht die het voor grote vermogenden en de beruchte geldzak-bv's mogelijk maakt om het betalen van belastingen eindeloos uit te stellen. Een fiscaal stelsel waarin enkel de brave burger en niet de rijke slimmerik belasting betaalt is onhoudbaar. Het zet de betaalbaarheid van collectieve voorzieningen onder druk en het ondermijnt de solidariteit. Aftrekposten moeten daarom worden afgebouwd en de hypotheekrenteaftrek kan worden beperkt voor de duurste huizen en allerhoogste inkomens.[1] 
    • De verzekeraars moeten op de blaren zitten. Sinds de crisis zijn al zevenduizend verzekeringsagenten aan de dijk gezet. Daar komen er nu 1.350 bij, door de sanering bij Nationale-Nederlanden. De financiële dienstverleningssector lijkt in zijn geheel te worden ontmanteld. De banken, die twintig jaar geleden de grote geldzak met veel liefde omarmden, willen weer van hun verzekeringstak af. Dankzij banksparen kunnen ze zelf de premies binnenhalen. De verzekeraars kijken met lede ogen toe.[2] 
  2. (pejoratief) rijke oude man
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Volkskrant Emile Roemer is fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer Farshad Bashir is SP Tweede Kamerlid. 26 maart 2015
  2. Volkskrant PETER DE WAARD 8 november 2012,
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be