• de·fi·ni·tie
  • In de betekenis van ‘begripsbepaling’ voor het eerst aangetroffen in 1553.[1]
  • Leenwoord uit Frans définition, ontleend aan Latijn dēfīnītiō ‘afgrenzing, bepaling’.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord definitie definities
verkleinwoord

de definitiev

  1. begripsafbakening, precieze omschrijving of bepaling van de essentiële aard van iets
    • - Het land hanteert een andere definitie van 'marteling' dan die is neergelegd in de Geneefse Conventie. 
    • - Want hoewel we misschien om de wonderlijke charme van zijn definitie van 'olifant' lachen, of van 'haver' (een graangewas dat in Engeland over het algemeen aan paarden wordt gegeven, maar in Schotland de mensen voedt') of 'lexicograaf (een schrijver van woordenboeken; een onschadelijke zwoeger die zich bezighoudt met het opsporen van de oorsprong en het nauwkeurig beschrijven van de betekenis van woorden'), we kunnen alleen maar versteld staan van zijn aanpak van, zeg maar, het werkwoord take. Johnson gaf met ondersteunende citaten niet minder dan 113 betekenissen van de transitieve vorm van dit werkwoord en 21 van de intransitieve. [3] 
  2. per ~: in alle gevallen, zoals volgt uit de definitie
    • Ze zijn het er per definitie niet mee eens. 
    • Een zwart gat kun je per definitie niet zien. 
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]