convergentie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ver·gen·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord convergentie convergenties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

convergentie v [1]

  1. (natuurkunde) het convergeren, het samenkomen in een punt
  2. (taalkunde) verschijnsel dat twee of meer talen of taalvariëteiten naar elkaar toegroeien
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen