consulaat

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·su·laat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord consulaat consulaten
verkleinwoord consulaatje consulaatjes

Zelfstandig naamwoord

consulaat o

  1. (diplomatie) officiële vertegenwoordiging van een staat in het buitenland, voor het behartigen van de belangen van de vertoevende landgenoten, in dat land met minder bevoegdheden dan een ambassade
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be