cofferdam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cof·fer·dam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cofferdam cofferdammen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

cofferdam m [2]

  1. velletje soepel rubber dat wordt gebruikt om bij operaties het werkterrein droog gehouden, vooral gebruikt in de tandheelkunde
  2. (scheepvaart) vrije ruimte als afscheiding tussen tanks of ruimen
  3. een (tijdelijke) waterkeringconstructie om onder water reparaties te kunnen verrichten

Meer informatie

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders;
10 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen