braille

Nederlands

 
brailletekst
Uitspraak
Woordafbreking
  • brail·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord braille -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

braille o

  1. speciaal voor blinden ontwikkeld lees- en schrijfalfabet op basis van tastbare patronen van 6 punten
     Het is de dan 27-jarige Alida Hoeijenbosch, zelf blind geboren, die twee keer per week de kranten in braille prikte op haar zolderkamer aan de Nieuwegracht in Utrecht.[4]
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen