bewindsvrouwe

Nederlands

 
bewindsvrouwe Lilianne Ploumen
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·winds·vrou·we
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewindsvrouwe bewindsvrouwen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bewindsvrouwe v

  1. (beroep) een vrouwelijke minister of staatssecretaris
    • Vijftien jaar geleden lag het aantal schoolverlaters nog veel hoger: boven de 70.000. Daarna zette een gestage daling in. Vorig jaar stroomden voor het eerst minder dan 25.000 scholieren zonder startkwalificatie uit het onderwijs. Daarmee liep het ministerie van Onderwijs voor op haar eigen doelstelling, want eigenlijk stond die mijlpaal pas voor 2016 gepland. Dat wil niet zeggen dat Bussemaker nu tevreden is. Dinsdag stelde ze meteen een nieuwe doelstelling. De bewindsvrouw(e) wil dat het aantal vroegtijdige schoolverlaters in het schooljaar 2019-2020 tot onder de 20.000 daalt.[1] 
    • Minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) wil een van de eerste maatregelen van de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump teniet doen. Die schrapte maandag de financiering van organisaties die in arme landen helpen bij gezinsplanning, maar ook de mogelijkheid van een veilige abortus aanbieden. Hierdoor zitten deze clubs met een gat van zo'n 600 miljoen dollar. De bewindsvrouw(e) begint daarom een initiatief om een nieuw internationaal fonds op te richten die deze organisaties moet compenseren. "We willen dat vrouwen zoveel mogelijk toegang houden tot hun rechten", zegt Ploumen dinsdag. Vooral vrouwen in Afrika het zullen volgens haar de gevolgen van het besluit in Washington voelen:[2]  
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Vincent Sondermeijer 21 februari 2017
  2. NRC Anouk Eigenraam 2 maart