• be·schou·wend
vervoeging van: beschouwen
verbogen vorm: beschouwende

beschouwend

  1. onvoltooid deelwoord van beschouwen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beschouwend beschouwender beschouwendst
verbogen beschouwende beschouwendere beschouwendste
partitief beschouwends beschouwenders -

beschouwend

  1. de manier waarop men iets of iemand na nadenken ziet
    • Wel moet het college van B en W nog aanvullende spelregels opstellen om te kunnen voorkomen dat zichzelf ideël beschouwende clubs vlaggen hijsen waarmee andere groepen voor het hoofd worden gestoten. [1] 
    • Als 'extraatje' wordt donderdag 24 augustus het levensgrote beeld van mammoet Boris officieel onthuld. Speciaal tijdens de Melbuul'ndagen, zodat zoveel mogelijk mensen daar getuige van kunnen zijn. De festiviteiten in het vernieuwde park Scholtenshof, achter het gemeentehuis, beginnen om 17.00 uur en lopen een uurtje of twee door. Met onder meer een wandelende hunebed, een sprekende holbewoner en zichzelf meer serieus beschouwende sprekers. [2] 
  2. alleen maar nadenkend zonder enig handelen