bedrijfsklaar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drijfs·klaar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bedrijfsklaar bedrijfsklaarder bedrijfsklaarst
verbogen bedrijfsklare bedrijfsklaardere bedrijfsklaarste
partitief bedrijfsklaars bedrijfsklaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

bedrijfsklaar

  1. klaar om in bedrijf genomen te worden
    • De operatiekamer in het ziekenhuis moet dag en nacht bedrijfsklaar zijn. 
    • Op die locatie is bedrijfsklare kantoorruimte te huur. 
Vertalingen

Gangbaarheid