achterlijkheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterlijkheid achterlijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

achterlijkheid v [1]

  1. ontwikkelingsstoornis waarbij de verstandelijke vermogens zich niet met de normale snelheid ontwikkelen en meestal een gemiddeld niveau niet zullen bereiken
    • Er zullen aan de toog nog steeds braakteksten gedebiteerd worden met badinerende en seksistische grappen. De achterlijkheid voorbij. Echte voetballiefhebbers halen evenwel de schouders op voor zoveel primitieve armoede.[2] 
  2. achterstand in het algemeen
    • Dit alles om te laten zien dat de islam niet onvermijdelijk leidt tot achterlijkheid en verval. Integendeel. Wilders hekelt het defaitisme van moslims die zich klakkeloos zouden neerleggen bij hun lot omdat dat nu eenmaal de wil van God is.[3] 
    • Maar de prijs voor beide activisten voor meisjesonderwijs en tegen kinderarbeid kan net zo goed worden uitgelegd als een aanklacht tegen de sociaal-economische achterlijkheid in Zuid-Azië. Een grotere concentratie van armoede, kinderarbeid, schuldslavernij en andere vormen van uitbuiting is niet te vinden in de wereld.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Hugo Camps 15 juli 2017 Leve de dames
  3. NRC Hassnae BouazzaPeter Breedveld 28 juli 2010 Echt, meneer Wilders, de islam is niet de bron van achterlijkheid
  4. Volkskrant Floris van Straaten 11 oktober 2014 Aanklacht tegen de achterlijkheid