waarmaken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
waarmaken
maakte waar
waargemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

waarmaken

  1. overgankelijk tot een realiteit maken
    • Hij heeft daarmee een zijn bewering inderdaad waargemaakt. 
     Allemaal dromers die hun dromen waarmaakten.[1]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zijn droom waarmaken.
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be