voedselbon

Nederlands

 
[2] voedselbonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog
Uitspraak
Woordafbreking
  • voed·sel·bon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voedselbon voedselbons
voedselbonnen
verkleinwoord voedselbonnetje voedselbonnetjes

Zelfstandig naamwoord

voedselbon m [1]

  1. een waardebon die recht geeft op een bepaalde hoeveelheid voeding
    • In de Bengalese plaats Chittagong zijn zeker tien mensen doodgedrukt en meer dan vijftig gewonden gevallen. Dat gebeurde volgens de plaatselijke politie toen een gebedsbijeenkomst waarbij gratis voedselbonnen werden uitgedeeld compleet uit de hand liep.[2] 
    • Ruim 200.000 mensen zijn geholpen met een voedselpakket of voedselbonnen, 76.000 ondervoede kinderen kregen pindapasta als bijvoeding om aan te sterken. Miljoenen liters water werden uitgedeeld en werden er 121 waterbronnen gebouwd of hersteld.[3] 
  2. een bon die het recht geeft om een bepaalde hoeveelheid voeding te kopen
    • Een interessant nieuw aanknopingspunt bood het dagboek van Anne Frank. „In maart 1944 schreef ze herhaaldelijk over de arrestatie van twee handelaren in distributiebonnen. Ze noemt hen B en D (Martin Brouwer en Pieter Daatzelaar van de firma Gies & Co.) Dit bedrijf was gelieerd aan Otto Franks (de vader van Anne) bedrijf Opekta en in hetzelfde pand gevestigd. De twee werden gearresteerd voor illegale handel in voedselbonnen.[4] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 18 dec. 2017
  3. de Telegraaf 15 nov. 2017
  4. de Telegraaf 18 dec. 2016
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be