verwarring

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·war·ring
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van verwarren met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord verwarring verwarringen
verkleinwoord verwarrinkje verwarrinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwarring v

  1. een verwarde toestand
    • Ze werden allemaal in verwarring gebracht. 
     Mijn verwarring moet compleet zijn geweest, net als mijn opluchting.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be