verbazing

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ba·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verbazing -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verbazing v

  1. een grote verwondering
    • De verbazing was groot toen ze hem ineens zag. 
     Tot mijn verbazing wist ik deze zes weken durende tocht zonder noemenswaardige problemen te voltooien, waardoor ik voor het eerst echt begon te geloven dat mijn ‘American Dream’ wel eens in vervulling zou kunnen gaan.[1]
Uitdrukkingen en gezegden
  • van de ene verbazing in de andere vallen
  • van verbazing achteroverslaan
  • van verbazing van zijn stoel vallen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be