telecommunicatie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·le·com·mu·ni·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord telecommunicatie telecommunicaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

telecommunicatie v

  1. (elektronica) (informatica) (communicatie) de elektronische technologie en haar toepassing die communicatie over grote afstanden mogelijk maakt d.m.v. computers verbonden via netwerken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be