spermacel


Nederlands

 
menselijke spermacel
Uitspraak
Woordafbreking
  • sper·ma·cel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spermacel spermacellen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spermacel v/m

  1. voortplantingscel van een mannelijk organisme
    • Het is een vaak gemaakte grap: eventuele toekomstige kinderen van schaatser Sven Kramer en hockeyster Naomi van As zullen goed zijn in ijshockey. Maar in 2008 werd er soortgelijk gedacht door wielerwebsite Velonews. Die dag was er de mogelijkheid om voor 1 miljoen dollar een spermacel van wielrenner Davis Phinney en een eicel van schaatsster en wielrenster Connie Carpenter te komen, samen goed voor een embryo met bijna gegarandeerd olympisch succes. [1] 
    • Dat geldt ook voor de Architect van alle levensvormen: aan vorm, materiaal en verscheidenheid ga je hem herkennen. Voor je ogen voltrekt zich elke keer weer een wonder: van rups via cocon tot vlinder, van samengesmolten eicel en spermacel tot een groeiende foetus en een mensenkind. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Lisette van der Geest 31-03-18 Barça in Spakenburg? 1 aprilgrappen in de sport
  2. Reformatorisch Dagblad Prof. dr. J. H. van Bemmel 21-09-2017 Met intelligent design het wonder weer terug in de schepping
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be