spaargeld

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaargeld spaargelden
verkleinwoord spaargeldje spaargeldjes

Zelfstandig naamwoord

spaargeld o

  1. (financieel) het deel van iemands kapitaal dat bewaard wordt voor de toekomst
    • Wie in een van de afgelopen vijftien jaren minder dan 1,2 procent rendement haalde over zijn spaargeld of vermogen, doet er verstandig aan naar de rechter stappen om belasting terug te vragen[1] 
     In veel gevallen was hun hele spaargeld dan ook compleet op na de trail.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.volkskrant.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be