slijpschijf


Nederlands

 
slijpschijf
Uitspraak
Woordafbreking
  • slijp·schijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slijpschijf slijpschijven
verkleinwoord slijpschijfje slijpschijfjes

Zelfstandig naamwoord

slijpschijf v/m [1]

  1. het vervangbare deel van een haakse slijper, deze dient voor het slijpen of doorsnijden van metalen en steenachtige materialen
    • Donderdag gebruikte vier gedetineerden een slijpschijf en een hamer uit de werkruimte van de Plötzensee-gevangenis om door een ventilatieschacht te komen. Daarna kropen ze onder de omheining.[2] 
    • Ik stap elke dag iets meer dan een kilometer van mijn tijdelijke verblijfplaats naar ons kantoor. Daarbij passeer ik ontelbare bouwwerven. Er wordt hier overal gebouwd. Elke klein perceeltje wordt volgebouwd. Aan de kust rijst het ene hoge hotel naast het andere op. De bouwsector doet het hier duidelijk erg goed. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat hoor je betonmolens, slijpschijven en drilboren.[3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 03/01/2018 om 15:48 door jvt Op korte tijd negen gevangenen ontsnapt uit Berlijnse gevangenis
  3. de Standaard 25/11/2017 om 17:49 door Lieve Leroy Vietnam - Ik toeter, dus ik ben
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be