sierlijkheid

Nederlands

 
sierlijkheid
Uitspraak
Woordafbreking
  • sier·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sierlijkheid sierlijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sierlijkheid v [1]

  1. de mate waarin iets er mooi of fraai uitziet
     Soms dansten de beste leerlingen, waarvan Natasja door haar bijzondere sierlijkheid de beste was, zelfs de pas de chede; maar op dit laatste bal werden alleen de écossaise, de anglaise en de mazurka, die net in de mode kwam, gedanst.[2]
     Spelen, ontwerpen, experimenteren. Voor Laarman is het alles ineen, een dynamiek waarin sierlijkheid samengaat met functionaliteit. Dat is precies de denkwijze van Rietveld en De Stijl-groep, pionierswerk dat bijna een eeuw geleden begon. Laarman reageert gretig bij het noemen van die namen: "Dat is een enorme inspiratiebron. Als Rietveld nu had geleefd had, hij die digitale fabricage fantastisch gevonden."[3]
  2. iets dat heel mooi of fraai is
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Leo Tolstoj   “Oorlog en Vrede” (1869), G.A. van Oorschot  , ISBN 9789028251151
  3.   Weblink bron Jeroen Wielaert   “Joris Laarman, digitale ontwerprevolte in Groninger Museum” (21-11-2015), NOS