schrijfblok

Nederlands

 
schrijfblok
 
schrijfblok
Uitspraak
Woordafbreking
  • schrijf·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schrijfblok schrijfblokken
verkleinwoord schrijfblokje schrijfblokjes

Zelfstandig naamwoord

schrijfblok [1]

  1. een stapel aan de bovenzijde aan elkaar geniet gelinieerd papier met een hardere kartonnen achterzijde en een dunne kartonnen voorkant
    • Met onze opvallende pershesjes aan en voorzien van camera’s en schrijfblok lopen we een dikke halve kilometer over een onbeschutte, verlaten landweg in de buurt van Het Hulsbeek. Mocht een scherpschutter van de Twentse opstandelingen onder leiding van het fictieve personage baron Van Halst ons in de smiezen krijgen, dan zijn we kansloze doelwitten. [2] 
    • In G., S. en het nu beroemde buurtje De B. stierf het de afgelopen dagen van de camerateams, fotografen en journalisten met schrijfblok. Ze wilden één ding weten: hoe komt een jongen van 20 ertoe, 'een ingetogen, rustige' jongen nog wel, een juwelier te gaan overvallen? [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 08-oktober-2016
  3. Volkskrant BERT WAGENDORP 3 april 2014