schietpartij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schiet·par·tij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schietpartij schietpartijen
verkleinwoord schietpartijtje schietpartijtjes

Zelfstandig naamwoord

schietpartij v

  1. een confrontatie waarbij partijen elkaar beschieten
    • Bij die schietpartij kwamen een drietal bandieten om het leven en raakte een politieman licht gewond. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be