richtlood

Nederlands

 
richtlood
Uitspraak
Woordafbreking
  • richt·lood
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord richtlood richtloden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

richtlood o [1]

  1. (bouwkunde) een draad met loden balletje om de loodrechte stand van iets te onderzoeken
Synoniemen
Anagrammen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen