• re·ve·nu
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord revenu revenuen
revenu's
verkleinwoord

het revenuo [2]

  1. dat wat aan geld binnenkomt na het leveren van goederen, diensten of om andere redenen
    • Alvast in Frankrijk spreidde het pleidooi voor een ‘revenu universel’ het bedje van PS-presidentskandidaat Benoît Hamon. Ook in Vlaanderen verdedigen steeds meer linkse politici het idee. [3] 
    • Let wel: de openbare bibliotheken erkennen en respecteren hun verplichtingen ten aanzien van auteursrechten. Daarom proberen zij ook al jaren tot een schikking te komen. Maar inmiddels neemt de jacht op de auteursrechtelijke revenuen angstaanjagende vormen aan. [4] 
70 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[5]
  1. revenu op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard DINSDAG 31 JANUARI 2017
  4. NRC Leo Popma 6 januari 1998
  5.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be