randweg


Nederlands

 
randweg bij Eindhoven
Uitspraak
Woordafbreking
  • rand·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord randweg randwegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

randweg m

  1. een weg die aan de buitenkant van een gebied loopt om dit gebied te vrijwaren van overmatig veel verkeer en ook om het verkeer ongehinderd het gebied te laten passeren
    • Werkgroep Burgerparticipatie Noord-Zuidverbinding vindt dat het nog ontbrekende deel van deze randweg (van ijsfabriek Ben & Jerry's in Hellendoorn tot aan de rotonde in de Helmkruidlaan in Nijverdal) gewoon moet worden aangelegd. Dat schrijft de werkgroep in een brief aan de Hellendoornse politiek. [1] 
    • Ook op de provinciale weg N273, de Napoleonsweg, ter hoogte van het Limburgse Haelen, ging het vanmorgen mis. Bij een ernstig ongeluk kwam vanmorgen een bestuurder om het leven. Het gaat om een aanrijding waarbij vier personenauto's en twee vrachtauto's betrokken zijn. De randweg werd volledig afgesloten. [2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen