onevenhoevigen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·even·hoe·vi·gen
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

onevenhoevigen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord onevenhoevige
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (dierkunde) zoogdieren met een oneven aantal tenen met hoeven, orde Perissodactyla   met een oneven aantal tenen met hoeven
     Neushoorns en paarden, beide onevenhoevigen, staan dichter bij elkaar dan het lijkt.[1]
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Michiel Hegener “De eisprong van de neushoorn” (23 oktober 2010) op nrc.nl