Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nest·ei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nestei nesteieren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nestei o [2]

  1. namaak ei dat men bij het eierrapen in het nest laat liggen
  2. (figuurlijk) geld dat men gespaard heeft
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[3]


Verwijzingen