• nen
  • dit is een ontwikkeling van de oorspronkelijke verbuigingen van het lidwoord, die in het algemeen Nederlands zijn verdwenen [1]

nen

  1. (Zuid-Nederlands) mannelijk onbepaald lidwoord wanneer het eropvolgende woord met een klinker, b of h begint
    Veel sprekers doen dit ook als het eropvolgende woord met d of t begint.
     Tom Boonen vindt hem ‘nen held’ en Oliver Naesen heeft zelden zo'n chique overwinning gezien. Ook in het wielerpeloton heeft iedereen met volle teugen genoten van de imponerende zegetocht van Tiesj Benoot in de Strade Bianche.[2]
  • Als het eropvolgende mannelijke woord met een andere medeklinker begint, wordt geen -n tussengevoegd en wordt het lidwoord ne geschreven. [3]
  1.   Weblink bron “Tussentaal - Kenmerken” (8 mei 2014) op nrc.nl  
  2. “ op nrc.nl  
  3.   Weblink bron
    Ludo Permentier
    “Vlaams in één les” (1 december 2022) op nrc.nl  


nen

  1. (palindroom) 'n, een; een onbepaald lidwoord voor mannelijke naamwoorden


  • Waarschijnlijk afgeleid van het Oudsaksische nihen

nen

  1. (palindroom) geen


nen

  1. (palindroom) 'n, een; een onbepaald lidwoord voor mannelijke naamwoorden
    «Jan is nen groten keerl.»
    Jan is een grote kerel.


nen

  1. (palindroom) niemand


nen

  1. naam


nen

  1. (palindroom) 'n, een; een onbepaald lidwoord voor mannelijke naamwoorden