namaken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
namaken
maakte na
nagemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

namaken

  1. overgankelijk imiteren van een reeds bestaand voorbeeld
    • De pasjes werden erg professioneel nagemaakt. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

namaken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord namaak

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be