Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • move

Werkwoord

vervoeging van
moven

move

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moven
    • Ik move. 
  2. gebiedende wijs van moven
    • Move! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moven
    • Move je? 
  4. aanvoegende wijs van moven

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
move moves

Zelfstandig naamwoord

move

  1. beweging, zet.
  2. verhuizing
vervoeging
onbepaalde wijs to  move 
he/she/it  moves 
verleden tijd  moved 
voltooid
deelwoord
 moved 
onvoltooid
deelwoord
 moving 
gebiedende wijs  move 

Werkwoord

move

  1. bewegen
  2. verplaatsen
  3. verhuizen