loonkosten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loon·kos·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord (loonkost) * loonkosten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

loonkosten mv

  1. (economie) bedrag aan geld dat nodig is om werknemers voor hun werk te betalen

{{-syn-||

Opmerkingen
  • Het enkelvoud "loonkost" heeft dezelfde betekenis en is dus voor wat betreft de betekenis niet het enkelvoud van "loonkosten".
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be