lijstverbinding
- lijst·ver·bin·ding
- samenstelling van lijst en verbinding
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | lijstverbinding | lijstverbindingen |
verkleinwoord |
de lijstverbinding v
- (politiek) een electorale alliantie waarbij politieke partijen akkoord gaan dat hun reststemmen tijdens de verdeling van de restzetels onderling kunnen worden overgedragen
- Voorts wordt het aantal gedeputeerden verminderd van zes naar vier, worden de provinciedistricten heringedeeld en wordt de lijstverbinding (apparentering) afgeschaft. ‘Hiermee zetten we opnieuw concrete stappen naar een slankere en efficiëntere overheid’, aldus minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans.[1]
- (politiek) een gemeenschappelijke kieslijst voor verschillende politieke partijen
- De SP gaat zeker geen lijstverbinding aan met welke partij dan ook. Dat is op voorhand niet de bedoeling en dat hebben wij vanaf het begin van de gesprekken met PvdA en GroenLinks ook helder gemaakt", zegt fractievoorzitter van de SP Herman Kalter. Herman Kalter reageert op een uitspraak van Peter de Bruijn, voorzitter van de PvdA, die dit weekend bekendmaakte dat linkse partijen uit de gemeenteraad op inhoudelijke punten gaan samenwerken en eveneens onderzoeken of in de toekomst een lijstverbinding mogelijk is. Meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 met een gezamenlijke lijst is volgens De Bruijn nog een brug te ver. [2]
1. een electorale alliantie waarbij politieke partijen akkoord gaan dat hun reststemmen tijdens de verdeling van de restzetels onderling kunnen worden overgedragen
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Het woord lijstverbinding staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.