kwitantie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwi·tan·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kwitantie kwitanties
verkleinwoord kwitantietje kwitantietjes

Zelfstandig naamwoord

kwitantie v [3]

  1. schriftelijk bewijs van betaling, betalingsbewijs
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen