koppotig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·po·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van kop en poot met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koppotig koppotiger koppotigst
verbogen koppotige koppotigere koppotigste
partitief koppotigs koppotigers -

Bijvoeglijk naamwoord

koppotig

  1. (dierkunde) betrekking hebbend op de klasse Cephalopoda of dieren die ertoe behoren
    • Een pijlinktvis is een koppotig weekdier. 

Gangbaarheid