koelvat


Nederlands

 
champagne in koelvat
Uitspraak
Woordafbreking
  • koel·vat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koelvat koelvaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koelvat o [1]

  1. vat waarin men met behulp van ijs en koud water dranken gekoeld kan bewaren
    • Het Haagse Gemeentemuseum bezit een indrukkende hoeveelheid Haagse edelsmeedkunst. Alle planken werden nog eens nagelopen en alle stukken beschreven; toiletstellen, koelvaten, terrines, kandelabers, inktstelletjes en suikerbranders voorzien van de naam van de maker, het jaartal en de herkomst. [2] 
  2. deel van een machine dat koelt
    • 'Wij stoken ambachtelijk en nog steeds met machinerie uit 1898', zegt Ludo. 'De stoommachine, de drukgraankoker, de stookkolom, de koelvaten en het meervat die we gebruiken, dateren nog uit die tijd. Ze zorgen mee voor de typische smaak van onze jenever. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad A. F. van Toor 08-02-2006 Veel geld en lust tot pronken
  3. De Standaard 06 FEBRUARI 2010 Jeneverstokerij Van Damme wordt beschermd monument
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be