klankdicht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klank·dicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klankdicht klankdichten
verkleinwoord klankdichtje klankdichtjes

Zelfstandig naamwoord

klankdicht o

  1. (dichtkunst) gedicht waarvan de woorden niets betekenen en waarbij dus alleen de klank ertoe doet
    • waren de geluiden van 'Johnny the Selfkicker' nu wèl of geen klankdicht? 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid