kindercrèche

Nederlands

 
kindercrèche op de beganegrond met primaire kleuren en een hek om de speelplek
Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·crè·che
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kindercrèche kindercrèches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kindercrèche v/m

  1. bewaarplaats voor zuigelingen en kleuters
    • Maar dat doet er niet aan af dat zijn terugblik op de jaren zeventig een interessant boek heeft opgeleverd. Van Esterik maakt de balans op van apekool en vooruitgang. Hij weegt de onzin van een kindercrèche met Lenin, maar zonder de ‘kapitalist’ Dagobert Duck, goed af tegen zin van de sociale verbreding van universiteit of stadsvernieuwing. [1] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Hubert Smeets 30 september 2016