Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sec·ten·eter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord insecteneter insecteneters
verkleinwoord insectenetertje insectenetertjes

Zelfstandig naamwoord

het insectenetero

  1. (dierkunde) dier dat zich voedt met insecten
    1. (dierkunde) zoogdier uit de taxonomische orde Eulipotyphla  
      • De grote haaregel is een insecteneter. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be