ijssalon

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·sa·lon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijssalon ijssalons
verkleinwoord ijssalonnetje ijssalonnetjes

Zelfstandig naamwoord

ijssalon m

  1. etablissement waar men ambachtelijk vervaardigd consumptie-ijs kan kopen en genieten
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be