hondenweer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon·den·weer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hondenweer -
verkleinwoord hondenweertje -

Zelfstandig naamwoord

hondenweer o

  1. (meteorologie) bijzonder slecht weer
    • Wat een hondenweer! Ik blijf lekker binnen vandaag! 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be