• hoe·wel
  • In de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1436 [1]
  • samenstelling van  hoe  en  wel  [2]

hoewel

  1. (onderschikkend) drukt een tegenstelling met het voorafgaande uit
    • Hij is gelukkig, hoewel hij niet rijk is. 
     Hoewel de feesten de hoofdrol spelen, hebben ook enkele andere inspirerende en schilderachtige figuren een plaats gekregen. Zoals Franciscus, Hieronymus en Christofoor, die de hele wereld (het Christuskind) op zijn schouder draagt.[3]
     Het pad voor me, niet meer dan 25 cm breed, zou mij door de staten Californië, Oregon en Washington leiden. Na een jaar lang plannen, lezen, onderzoeken, sparen en trainen ging mijn avontuur eindelijk beginnen, hoewel ik eigenlijk geen idee had waar ik aan begon.[4]
100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]