herenakkoord

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·ren·ak·koord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord herenakkoord herenakkoorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herenakkoord o

  1. (juridisch) niet officieel vastgelegde overeenkomst tussen 'heren' die gebaseerd is op onderling vertrouwen en niet rechtens afdwingbaar is
    • Ondanks hun tijdelijk terugtreden bleven de oprichters de dagelijkse directie over de loterij voeren. De mannen hadden een herenakkoord gesloten met de beneficiënten, die formeel overgebleven waren in het bestuur. De statuten zouden niet zonder hun stem worden gewijzigd.[2] 
    • Uiteindelijk bleek Leopold alleen geïnteresseerd in het sluiten van een herenakkoord dat wederzijdse concurrentie moest voorkomen. [3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. herenakkoord op website: Etymologiebank.nl
  2. Holtwijk, Ineke De mannen van de droomfabriek 2015 ISBN 978-94-6003201-1 pagina 207-208
  3. Haasnoot, Robert Langzame wals 2015 ISBN 978-90-445-0937-3 pagina 188-189
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be