grafheuvel

Nederlands

 
grafheuvel met toegangsweg
Uitspraak
Woordafbreking
  • graf·heu·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grafheuvel grafheuvels
verkleinwoord grafheuveltje grafheuveltjes

Zelfstandig naamwoord

grafheuvel m [1]

  1. kunstmatige heuvel die is opgeworpen om als graf te dienen
    • Stefan hurkte neer bij Fledders grafheuvel met het door Max gemaakte gedenkteken en fluisterde: 'Hé jongen. Pas alsjeblieft goed op Timo, ja'? Ik weet dat je je leven voor hem zou hebben gegeven.Ik zou hetzelfde doen'Opeens hoorde hij Timo's stem: Fledder is dóód, Max. Heb je Fledder ooit zo horen janken? Nee, maar hij is ook nog nooit eerder dood geweest. [2] 
    • Kerstmis in het chalet van Wham!, bij een stille Ierse grafheuvel, rond een groot vuur aan de Mississippi of, als in de rest van Europa de januariblues al indaalt, in St.-Petersburg. De beste en opmerkelijkste plaatsen om de kerstvakantie door te brengen.[3]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Thomas Olde Heuvelt HEX ISBN 978-90-245-7334-9 pagina
  3. Volkskrant Mirjam Bosgraaf 12 december 2015