gietgal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • giet·gal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gietgal gietgallen
verkleinwoord gietgalletje gietgalletjes

Zelfstandig naamwoord

gietgal v/m

  1. een (meestal ronde) holte in een gegoten product, waarin zich tijdens het gietproces onbedoeld lucht heeft opeengehoopt
    • Een gietgal in een motorblok. 
Synoniemen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

17 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be