gebeurtenis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·beur·te·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gebeurtenis gebeurtenissen
verkleinwoord gebeurtenisje gebeurtenisjes

Zelfstandig naamwoord

gebeurtenis v

  1. iets dat gebeurt of gebeurd is
    • Deze gebeurtenis is van historisch belang. 
    • De precieze opeenvolging van de gebeurtenissen vanaf dat moment kon later niemand meer reconstrueren. [2] 
     Ik dacht aan de vele gebeurtenissen van de afgelopen maanden.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "gebeurtenis" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Lemaitre, Pierre Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 13
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be