galstenen
  • gal·steen
enkelvoud meervoud
naamwoord galsteen galstenen
verkleinwoord galsteentje galsteentjes

de galsteenm

  1. (medisch) een vaste structuur in de galwegen of de galblaas bestaande uit neergeslagen cholesterol, bilirubine of kalkzouten
    • “Als je een blindedarmontsteking hebt, zou je pijn veel erger zijn”. Met dit antwoord hield een dokter de vrouw van Engelse journalist John Walsh thuis. Dat terwijl zij hem ‘s nachts in paniek had opgebeld met hevige pijn in haar buik. De vrouw ging toch naar het ziekenhuis, waar zij galstenen bleek te hebben. Meteen werd geconstateerd dat ze een uitzonderlijk hoge pijngrens heeft. Dit zette de journalist aan het denken: hoe kunnen artsen met zekerheid oordelen over de pijn van patiënten? [2] 
99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Kim Deen 1 februari 2017
  3.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be