Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dos·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dossen
doste
gedost
zwak -t volledig

Werkwoord

dossen

  1. overgankelijk (verouderd) aankleden met een opvallend resultaat
  2. overgankelijk (figuurlijk) een pak slaag geven, klappen geven
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

dossen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dos

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen