depressief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·pres·sief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen depressief depressiever depressiefst
verbogen depressieve depressievere depressiefste
partitief depressiefs depressievers -

Bijvoeglijk naamwoord

depressief

  1. neerslachtig en lusteloos
    • Die man is erg depressief na het overlijden van zijn vrouw en kinderen. 
  2. (medisch) aan een depressie lijdend
    • Meer dan een derde promovendi UvA mogelijk klinisch depressief [1] 
    • Zodoende kwam Plinius weer uit mijn kast, een opgewekt verteld avonturenverhaal over een pinguïn die al op zijn derde depressief is. [2] 
  3. te maken hebbend met een gebied van lage luchtdruk
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.nu.nl
  2. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be